
Met één flitser en één softbox maak je al heel verschillende portretten — het draait vooral om de positie van je lichtbron. Zet de softbox opzij onder een hoek van ongeveer 45 graden voor dramatisch zijlicht met diepe schaduwen, of hang hem verticaal recht boven de camera voor een zachtere, meer egale frontale belichting. Ik liet dit zien tijdens een studiosessie met model Renco: twee lichtopstellingen, één flitser.
Toen ik voor het eerst in een studio ging fotograferen, was ik vooral enthousiast om zoveel mogelijk lampen tegelijk te gebruiken en alles uit te proberen. Al snel merkte ik dat dat geen goede manier is om licht echt te leren begrijpen — de beste tip die ik kreeg was om juist met één flitser te beginnen. Er is met één lichtbron meer mogelijk dan je in eerste instantie zou denken, en dat wilde ik die dag laten zien samen met model Renco.
Waarom beginnen met één flitser in plaats van meerdere lampen?
Als portretfotograaf ben ik altijd op zoek naar nieuwe manieren om mijn foto’s interessanter te maken, en ik experimenteer graag met lichtbronnen, achtergronden, poses en accessoires. Maar soms is het goed om terug te gaan naar de basis: wat kun je bereiken met zo min mogelijk middelen? Met meerdere lampen tegelijk raak je al snel het overzicht kwijt over wat elke lamp precies doet. Met één flitser en één softbox zie je direct het effect van elke aanpassing — de positie, de hoek, de afstand — en dat is precies wat je nodig hebt om licht te leren lezen.
Opstelling 1 — dramatisch zijlicht met de softbox op 45 graden


Opstelling 1: de softbox schuin opzij, wat een scherpe overgang tussen licht en schaduw geeft — ideaal voor een stoer, sober portret.
Opstelling 2 — zachte, frontale belichting met een verticale softbox


Opstelling 2: de softbox recht boven de camera, wat een zachtere, gelijkmatiger licht over het gezicht geeft — geschikt voor een vriendelijker, zakelijk portret.
De techniek: diafragma, flitsvermogen en sluitertijd
Dit zijn maar twee eenvoudige voorbeelden van wat er mogelijk is met één flitser. Belangrijk is om eerst te oefenen: stel je diafragma in zoals je voor de scherptediepte wilt, en kijk op de histogram of je foto te licht of te donker is. Is dat niet goed, pas dan de sterkte van je flitser aan in plaats van het diafragma — zo behoud je de scherptediepte die je voor ogen had. Pas als de belichting van je onderwerp klopt, stel je de sluitertijd in. Die bepaalt namelijk niet het licht van je flitser, maar de hoeveelheid omgevingslicht die je vastlegt — en dus de kleur en helderheid van de achtergrond. Hoe langer de sluitertijd, hoe meer omgevingslicht je binnenlaat en hoe lichter de achtergrond wordt.
Wil je hier verder mee experimenteren, dan is mijn artikel over flitslicht en een CTO-filter een logische vervolgstap — daar combineer ik flitslicht juist bewust mét omgevingslicht.
Meer leren over portretlicht?
Met deze basis van één flitser en één softbox kun je al een heel eind komen. Wil je zien hoe ik lichtopstellingen inzet in een echte fotoshoot, bekijk dan mijn werk als portretfotograaf, of lees ook mijn artikel over headshots met een gekleurde achtergrond voor een andere invalshoek op studiolicht.

Flitser·Softbox·Model·Off Camera·Studio·Zakelijk



