Beter leren fotograferen: 3 dingen die mij verder hielpen

Stefan Segers avatar
Stefan Segers
Cover for Beter leren fotograferen: 3 dingen die mij verder hielpen

Beter leren fotograferen draait niet om een duurdere camera, maar om drie dingen: je apparatuur door en door kennen, een lens kiezen die past bij wat je fotografeert, en gewoon veel blijven oefenen. Zelf ben ik begonnen met een simpele Canon 30D en ben ik pas overgestapt op zwaardere apparatuur toen die camera me echt begon te beperken — in het donker, bij snelle actie, of als ik meer controle over scherptediepte wilde. Hieronder laat ik zien hoe dat er in de praktijk uitziet, met foto’s van een middag oefenen met mijn eigen kinderen.

Ik krijg deze vraag geregeld: hoe leer ik nou echt beter fotograferen? Een kant-en-klaar antwoord bestaat niet, maar na jaren als portretfotograaf weet ik wel wat mij zelf het meest heeft opgeleverd. Die drie dingen deel ik hier, met beelden van een oefensessie in het park.

Heb je een duurdere camera nodig om beter te fotograferen?

Niet als eerste stap. Belangrijker is dat je je camera door en door kent: hoe je instellingen aanpast aan de situatie, en hoe je ‘m stabiel vasthoudt zonder erover te moeten nadenken. Vergelijk het met autorijden — eerst leer je gas geven, remmen en schakelen, en pas als dat vanzelf gaat, let je op het verkeer in plaats van op de auto. Met fotografie werkt het net zo: eerst sluitertijd, diafragma en ISO onder de knie krijgen, dan pas ruimte om op composities en licht te letten.

Dat betekent niet dat je een dure camera nodig hebt. Je kunt met een smartphone of eenvoudige compactcamera prima beelden maken, als je maar weet hoe je met de beperkingen ervan omgaat. Ik zou pas een nieuwe camera kopen op het moment dat je huidige camera je echt tegenhoudt — te veel ruis in het donker, geen verwisselbare lenzen voor controle over scherptediepte, of te traag bij snelle actie.

Ik ben zelf ook begonnen met een eenvoudige camera: een Canon 30D. Prima camera, maar ik liep er snel tegenaan in situaties met weinig licht, zoals in een kerk of op een feest — veel ruis en onscherpte. Daarna ben ik overgestapt op de 1D Mark III, en later nog een paar keer geüpgraded: de 5D Mark II, de 5D Mark III en de 1Dx. Met die combinatie kon ik elke situatie aan. Inmiddels fotografeer ik alweer een tijd met een ander systeem — eerst Fuji, nu Sony — maar het idee is nog steeds hetzelfde: ken je systeem door en door vóórdat je aan een upgrade denkt.

Bij de 85mm kun je storende elementen makkelijker uitsluiten doordat je alles dichterbij haalt.

Op een zonnige dag een grote diafragma van F1.4 op de 35mm lens met een sluitertijd van 1/8000. Het onderwerp goed scherp in beeld brengen en de achtergrond mooi onscherp maken.

Links: bij de 85mm sluit je storende elementen makkelijker uit doordat je alles dichterbij haalt. Rechts: op een zonnige dag met diafragma F1.4 op de 35mm en een sluitertijd van 1/8000 blijft het onderwerp scherp en de achtergrond mooi onscherp.

Welke lens moet je als eerste upgraden?

Je lens bepaalt hoe het licht op je sensor valt, en dus hoe je foto eruitziet — een topcamera met een matige lens levert nooit het beste resultaat op. Begin je net, dan kun je prima uit de voeten met de kitlens die bij je camera zit, zoals de Canon EF-S 18-55mm f/3.5-5.6 IS. Die is geschikt voor de meeste situaties, maar heeft een variabel diafragma dat niet erg lichtsterk is en is niet full-frame compatibel.

Een goede eerste upgrade is een lens met een vast diafragma van f/2.8 over de hele zoomrange, zoals de Canon EF-S 17-55mm f/2.8 IS USM. Daarmee vang je meer licht in donkere omstandigheden, en met een groter diafragma isoleer je je onderwerp beter van de achtergrond. Wil je nog een stap verder, dan is de Canon EF 24-70mm f/2.8L II USM een van de beste allround-lenzen die er zijn: zeer scherp, contrastrijk, weinig vervorming en een solide, weerbestendige bouw — wel zwaarder en duurder, maar het is het waard.

Daarnaast zijn er specialistische lenzen die je fotografie een andere richting kunnen geven: een telelens om verre onderwerpen dichterbij te halen, een macrolens voor kleine details, of een vaste-brandpuntlens zoals de Sigma 35mm F1.4 voor een grote scherpte gecombineerd met een groot diafragma. Experimenteren met verschillende lenzen is de snelste manier om te ontdekken welk effect bij jouw stijl past.

Blijven oefenen: mijn middag in het park met mijn kinderen

De beste tip die ik kan geven: oefen veel, en heb je camera altijd bij je. Door veel te oefenen leer je je camera sneller op de automatische piloot bedienen, en leer je waar het bij een goede foto echt om draait — de compositie en het moment. Een goede compositie is een foto die in balans is en de aandacht trekt; een goed moment legt de emotie, de actie of de sfeer vast.

Ik oefen zelf ook zoveel mogelijk, vooral als ik nieuwe technieken wil uitproberen. Op een middag ben ik met mijn kinderen naar het park gegaan om te oefenen met reflectieschermen. Ik gebruikte een Tri-Grip reflectiescherm met een witte, zilveren en gouden kant: wit geeft een neutraal en zacht licht, zilver een helder en koel licht, en goud een warm, zonnig licht. Daarnaast een Tri-Grip diffuser om het harde middagzonlicht te verzachten tot een egale belichting.

De techniek achter deze middag

Apparatuur: Canon 50mm F1.2 (de “Nifty Fifty”) en een 35mm f/1.4 — allebei lenzen met een hoge scherpte en een kleine scherptediepte, ideaal voor portretten. Techniek: met een kleine scherptediepte maak je je onderwerp los van de achtergrond, met een mooi bokeh-effect — de onscherpe, ronde vlekken die je in de achtergrond ziet. Ik varieerde ook bewust van standpunt: van boven, van onder, van dichtbij en van veraf. Waarom deze keuze: met kinderen werkt geposeerd niet — door snel te wisselen van hoek en afstand kon ik spontane momenten vastleggen zonder dat ze het doorhadden.

Het belangrijkste was dat mijn kinderen plezier hadden en zichzelf konden zijn: rennen, springen, lachen. Ik heb bewust niet geprobeerd ze te poseren, maar hun interactie en energie vastgelegd.

Twee kinderen rennen lachend over het grasveld in een park, de jongen met een stok in zijn hand.

Close-up portret van een lachende jongen met een tand eruit, gefotografeerd met de 35mm F1.4 in zacht tegenlicht.

Een meisje met een roze haarband blaast met haar ogen dicht een pluizige paardenbloem uit, close-up in warm zonlicht.

Een meisje in een weiland kijkt lachend in de camera, sepia-toon, met een haarband met bloem.

Oefenen met flitslicht: de Orbis Ring Flash

Na het buiten oefenen zijn we naar binnen gegaan om te experimenteren met flitslicht. Ik gebruikte de 50mm F1.2 in combinatie met een Orbis Ring Flash — een compleet ander effect, maar minstens zo leuk om mee te oefenen voor gave portretten.

Hier een foto met de Orbis Ring Flash op traditionele manier. Door de flitser heen fotograferen waardoor je een ring in de pupil te zien krijgt.

Hier een foto met de Orbis Ring Flash op traditionele manier: door de flitser heen fotograferen geeft een ring in de pupil.

Hier een variant met de Orbis Ring Flash. Deze heb ik links boven de camera gehouden waardoor hij als softbox fungeert.

Hier een variant met de Orbis Ring Flash: links boven de camera gehouden, zodat hij als softbox werkt.

Met deze drie dingen — je camera kennen, de juiste lens kiezen en blijven oefenen — kom je al een heel stuk verder. Wil je zien wat dat oplevert in een echte fotoshoot, bekijk dan mijn werk als portretfotograaf.

Handtekening van Stefan Stefan Segers

Tips·50mm·35mm·Orbis Ring Flash·Ring Flitser·Kinderfotografie