
Een schrootterrein lijkt een vreemde plek voor een fashionshoot, maar juist het contrast werkt. Grijs metaal, roest en verweerde containers laten felle kleding extra hard opvallen. Bij metaalbedrijf Van Puffelen in Delft fotografeerde ik in één uur vier modellen op zes plekken op het terrein, met alleen daglicht, een Sunbounce-reflectiescherm en vooral een 70-200mm-telelens.
Ik reed er vaak langs: een enorme berg metaal langs de weg in Delft. Elke keer dacht ik dat het een perfecte achtergrond zou zijn. Dus vroeg ik toestemming, en op een warme woensdagmiddag in augustus 2009 stonden we er met vier modellen, een visagiste en een paar helpers.


Waarom werkt felle kleding zo goed op een industriële locatie?
Grijs en roest zijn neutrale kleuren, dus alles wat daar fel tegen afsteekt springt eruit. Daarom koos ik kleding met veel kleur: roze broeken, een groen-blauw topje, een geel shirt met een rode hoofddoek en een bontgekleurde tuniek. Ook de make-up was erop afgestemd, met opvallende lippen en oogschaduw. De omgeving is stoer en ruw, de modellen zijn kleurig en verzorgd, en dat contrast maakt de foto.



Zes plekken op één terrein
Op een schrootterrein hoef je niet ver te lopen voor variatie. We fotografeerden bij de berg metaalstrips, tegen een kale betonmuur, bij een roestige containerdeur, voor een stapel schroot met een oude stalen constructie, tegen een blauwe container met graffiti en voor een oranje, afgebladderde container. Elke plek gaf een andere kleurtoon, van koel blauw tot warm oranje.




Dezelfde pose voor een andere achtergrond geeft meteen een ander beeld. Het model in het gele shirt stond eerst voor een oranje container en daarna voor een verroeste blauwe. Het licht was hetzelfde, de sfeer compleet anders.


Close-ups: de achtergrond wordt kleur
Met een telelens van dichtbij verandert een container in een vlak van kleur. De blauwe graffiti wordt een streeppatroon, de roest een warme vlek. Zo blijft de industriële sfeer in de foto zonder dat de achtergrond de aandacht trekt.









Techniek: 70-200mm, daglicht en een Sunbounce
Het grootste deel fotografeerde ik met een Canon EOS-1D Mark III en een 70-200mm f/4, meestal tussen 100 en 150 mm, op f/4 en ISO 100. Een telelens drukt het beeld samen: de achtergrond lijkt dichterbij en wordt onscherp, waardoor het model loskomt van het drukke schroot. Een flitser gebruikte ik niet. De schaduwen lichtte ik op met een Sunbounce-reflectiescherm, dat om de beurt werd vastgehouden door de mensen die waren meegekomen om te helpen.
Het laatste kwartier wisselde ik naar een 24-70mm f/2.8 en ging ik met de modellen de berg metaalstrips in, met de zon erachter. Op 35 tot 58 mm krijg je meer van de omgeving in beeld, en op f/2.8 blijft het schroot toch zacht. In de nabewerking gaf ik een deel van de foto’s fellere kleuren en meer contrast, andere hield ik juist rustiger, zodat je beide stijlen naast elkaar ziet.






Zelf een portfolioshoot op een bijzondere locatie?
Een industriële locatie geeft je portfolio iets wat een studio niet kan geven: echte texturen, kleur en diepte. Vraag altijd eerst toestemming aan het bedrijf, en kom liefst aan het eind van de middag, als het licht zachter wordt. Een andere buitenshoot uit dezelfde zomer is de bikinishoot met vier modellen bij Kijkduin. Een studioshoot van een paar maanden eerder zie je bij de beautyshoot met twee looks. Wil je zelf foto’s voor je modellenportfolio? Kijk dan bij castingfotografie.

Delft·Van Puffelen·Metaal·Schroot·Daglicht·Sunbounce



